De controle van je fietsverlichting is in ieder geval zeer eenvoudig: brandt je licht nog voldoende sterk, of brandt het niet? Let bij controle vooral op de dynamo; die kan bij regenweer en ochtendnevel wel eens doorslippen. Laat de dynamo indien nodig vervangen.
Wat zegt de wet?
Elke fietser moet een wit of geel licht vooraan, en een rood licht achteraan hebben, tijdens het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, en overdag als de zichtbaarheid minder dan 200 meter is.
Je mag je lichten op de fiets of op je kledij of rugzak bevestigen. In Belgiƫ zijn knipperende lichten toegestaan. Het rode achterlicht moet 's nachts, bij helder weer, zichtbaar zijn van op een afstand van 100 meter minimum.
Welk licht kies jij?
Er bestaan verschillende manieren om je lichten te doen branden, de ene al wat makkelijker voor de gebruiker (jij dus) dan de andere.
Klassieke dynamo
Nadeel: de draden zijn kwetsbaar, het wieltje slipt snel, je moet zelf de energie leveren voor het licht (inclusief een groot deel nutteloze warmte), de dynamo levert geen stroom bij stilstand en een dynamo maakt een pak lawaai.
Nadeel: de draden zijn kwetsbaar, het wieltje slipt snel, je moet zelf de energie leveren voor het licht (inclusief een groot deel nutteloze warmte), de dynamo levert geen stroom bij stilstand en een dynamo maakt een pak lawaai.
Naafdynamo: is in de as van het voorwiel geplaatst.
Voordeel: Goed afgeschermd, slipt nooit, draait stil en heeft een hoger rendement.
Voordeel: Goed afgeschermd, slipt nooit, draait stil en heeft een hoger rendement.



