zaterdag 4 december 2010

Je fietslicht

Waarom moet je een licht op je fiets? Kijk eens naar de foto. 

De controle van je fietsverlichting is in ieder geval zeer eenvoudig: brandt je licht nog voldoende sterk, of brandt het niet? Let bij controle vooral op de dynamo; die kan bij regenweer en ochtendnevel wel eens doorslippen. Laat de dynamo indien nodig vervangen.

Wat zegt de wet? 

Elke fietser moet een wit of geel licht vooraan, en een rood licht achteraan hebben, tijdens het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, en overdag als de zichtbaarheid minder dan 200 meter is. 
Je mag je lichten op de fiets of op je kledij of rugzak bevestigen. In BelgiĆ« zijn knipperende lichten toegestaan. Het rode achterlicht moet 's nachts, bij helder weer, zichtbaar zijn van op een afstand van 100 meter minimum. 

Welk licht kies jij?

Er bestaan verschillende manieren om je lichten te doen branden, de ene al wat makkelijker voor de gebruiker (jij dus) dan de andere. 

Klassieke dynamo
Nadeel: de draden zijn kwetsbaar, het wieltje slipt snel, je moet zelf de energie leveren voor het licht (inclusief een groot deel nutteloze warmte), de dynamo levert geen stroom bij stilstand en een dynamo maakt een pak lawaai.

Naafdynamo: is in de as van het voorwiel geplaatst. 
Voordeel: Goed afgeschermd, slipt nooit, draait stil en heeft een hoger rendement. 

Losse batterijverlichting
Nadeel: wordt makkelijk vergeten, vaak niet sterk genoeg

Nog even dit: 

vrijdag 3 december 2010

De remmen.


Hoe gebruik je de remmen?
Om de fiets te doen vertragen of te stoppen: gebruik eerst de achterrem en vervolgens lichtjes en geleidelijk de voorrem. Een te snelle en hevige werking van de voorrem kan het voorwiel blokkeren en een gevaarlijke val veroorzaken.


Sommige remmen hebben nog al eens de nijging om bij het remmen te gaan piepen. Meestal heeft dit te maken met de afstelling.

Een rem moet allereerst aan de voorkant op de velg komen waarna de rest van het blokje als het ware in de draairichting verder op de velg gedrukt wordt.

Door slijtage zal het blokje vooraan harder slijten dan achteraan. Draai  daarom de blokjes om door het linker blokje rechts en het rechter blokje links te plaatsen.

Nu zal het blokje weer eerst aan de voorkant aangrijpen en minder piepen. 


Hoe moet je die blokjes vervangen of kabel aanspannen?


Bij moderne fietsen kunt je de kabel spannen bij de remgrepen op het stuur.
Stap 1: Maak de remkabel los. Stel de kabelspanners aan de remgrepen zo los mogelijk. 
Stap 2: Draai de boutjes van de oude remblokken los. Vervang de oude voor de nieuwe of draai je blokjes om.
Stap 3: Draai de boutjes weer vast. Span de kabel en maak hem weer vast. Met de stelschroeven zet je beide blokje op gelijke afstand van de velg.
Stap 4: Schroef het blokje opnieuw aan met behulp van een passende sleutel
Stap 5: Sluit de rembeugels

Opmerking : bepaalde blokjes hebben een monteerrichting, en de pijl moet worden gericht in de draairichting van het wiel als de fiets vooruit rijdt.

Je ketting.

Je ketting is losgekomen tijdens het rijden, maar is niet stuk:
Je kan je ketting vastnemen en terug goed leggen. (losjes aan) Als je dan zachtjes trapt (met je achterwiel van de grond) legt je ketting zich terug goed.

Je ketting moet dringend gesmeerd worden:  

Stap 1: Zet de fiets op zijn kop of hang hem op.
Stap 2: Leg een stuk karton of afdekfolie op de grond.
Stap 3: Verwijder de kettingkast (als je die hebt). Dit varieert per kettingkast. Meestal moet je hier 4 schroefjes losdraaien waarna de kast uit elkaar geschoven wordt.
Stap 4: Haal de ketting van het voor en achter tandwiel af.
Stap 5: Neem bijvoorbeeld een afwasbak en doe hierin een klein beetje wasbenzine . Met een tandenborstel of een kwast moet nu de ketting vetvrij en schoon gemaakt worden.
Stap 6: Wanneer nodig kan de wasbenzine nog een keer vervangen worden en de handeling herhaald worden.

Adem niet teveel wasbenzine in. Dit is namelijk een schadelijk product. Gebruik als het kan ook handschoenen, of doe een vette creme aan je handen, zo drogen je handen niet uit. 


Stap 7: Laat de ketting nu een poosje uitlekken en drogen.
Stap 8: Ook de tandwielen maak je op deze manier schoon.
Stap 9: De ketting moet nu zuinig ingespoten worden met een teflon spray.
Ook kan er gebruik gemaakt worden van een speciaal kettingvet. Maar teflon spray zal minder snel vuil aanpakken en dus ook langer soepel blijven.
Stap 10: Plaats de ketting terug op de tandwielen en zet de kettingkast op zijn plaats.

Vergeet niet de schroeven aan te draaien.

Je stuur aanpassen.

Ook voor de hoogte van je stuur zijn er een aantal vaste regels. 
Hier hangt echter veel af van het type fiets dat je hebt. 

Hoewel het een kwestie is van wat je zelf prettig vindt fietsen, is een hoogte waarbij de ellebogen licht gebogen zijn, over het algemeen het meest comfortabel. Is het stuur ook nog te kantelen, probeer dan even wat voor jouw de fijnste stand is, voordat je het stuur weer vastzet.

Let op dat het stuur niet zo hoog gezet wordt dat er nog maar een paar cm in het balhoofd over blijven. Dit kan ervoor zorgen dat uw stuur gaat buigen of in het ergste geval gaat breken bij plotseling remmen. Een gulden regel is, dat in elk geval een derde van het stuur in het balhoofd blijft zitten.

Stap 1: Draai met een steeksleutel de moer van de stuurpen los, dit is de pen boven op het stuur, zo dat hij ongeveer 5 mm omhoog komt.

Stap 2: Tik voorzichtig met een hamer de pen terug, zo komt het stuur wat los te zitten.

Stap 3: Draai het stuur heen en weer en trek of duw het stuur op de gewenste hoogte.

Stap 4: Wanneer het stuur op de juiste hoogte en recht staat word de stuurpen met een steeksleutel stevig vast gezet.

Je zadel verstellen.

Jullie groeien nog elke dag, dus af en toe zal je je zadel hoogte moeten aanpassen.

Hoe hoog moet je zadel staan?
Als je op je zadel zit, mag je nog net met je tenen aan de grond kunnen. Wil je met de platte voet op de grond staan, moet je dus af je zadel komen.

Waarom? 
Het is de bedoeling dat je met een gestrekt been zit als je trapper helemaal onderaan staat. Op die manier kan je het beste kracht zetten op je trapper.

Vergeten hoe een trapper werkt? 
Dat is volgens het principe van een hefboom. Je kan hier verschillende oefeningen maken op het principe van de hefboom.

Hoe ga je nu te werk om je zadel te verzetten?
Stap 1: Draai met een steeksleutel de moer van de zadelpen een paar slagen los.

Stap 2: Draai het zadel heen en weer en trek het zadel ondertussen omhoog of duw het zadel omlaag tot op de gewenste hoogte.

Stap 3: Draai met een steeksleutel de moer van de zadelpen weer stevig vast.

Hoe je fietsband plakken?

Eerst en vooral moet je weten dat je band uit twee delen bestaat:
binnenband en buitenband

De buitenband beschermd de binnenband, in de binnenband zit de lucht.
Voor je kan beginnen heb je wel wat materiaal nodig:
een plakker, een stukje schuurpapier, een tube lijm, een fietspomp en een bandenlichter.
 

Stap 1: Zet de fiets op een stevige ondergrond. Zorg ervoor dat de fiets niet kan omvallen. Met een paar stukken karton voorkom je schade aan fiets of vloer.

Stap 2: Buitenband eraf halen: Laat de band leeglopen. Steek de eerste bandenlichter tussen band en velg naast het ventiel. Haak de bandenlichter achter een spaak. Plaats dan bandenlichter twee ongeveer 2 spaken verder.

Stap 3: Met nummer drie kan je de band los wippen. Nu kan je de hele band van de velg halen. Je kan het voorwiel er uit halen met een steek- of ringsleutel.

Stap 4: Het lek opsporen: Pomp de binnenband op en ga op zoek naar het lek. Ga met de band langs uw wang. Als je het gaatje niet onmiddellijk vindt, vul dan een bakje met water en haal je binnenband langzaam door het water. Waar er belletjes vormen in het water, zit je gaatje. Heb je het lek gevonden maak dit deel van de band goed droog en zet er met bijvoorbeeld een krijtje een cirkel om. Zo vind je het lek snel weer terug. 

Stap 5: Het lek dichten: Ga met wat schuurpapier over de plaats van het lek. Doe lijm over het lek en plak daarna dicht met de plakker.

Stap 6: De band om wiel leggen: Haal het ventiel een paar keer heen en weer in de velg zodat de binnenband zijn plek kan vinden. Draai de ventielmoertjes weer op het ventiel. Pomp de binnenband een beetje op. Schuif de binnenband helemaal in de buitenband.

Ben je nog niet helemaal mee? Bekijk dan het filmpje. 

Een platte band, wat nu?

Je kan best voor elke rit kijken en voelen of je banden nog OK zijn.
Hoe doe je dat?
Simpel. Voel gewoon aan je band en duw met je duim tegen je band. Als alles nog goed en stevig aanvoelt, kan je zonder zorgen vertrekken.


Wat als hij slap aanvoelt? 
Dan zal je hem moeten oppompen. Hiervoor ga je als volgt te werk:

  • Aan je wiel zit langs de binnenkant een uitstekend stukje, dit is een ventiel. Het is zo gemaakt dat er lucht in kan, maar niet terug uitkan. 
  • Je draait het (meestal) zwarte dopje dat op het ventiel staat eraf. 
  • Je draait het ventiel open.
  • Als je nu bovenaan op het ventiel drukt, hoor je lucht ontsnappen.
  • Je neemt je fietspomp en draait het uiteinde over het ventiel.
  • en nu, pompen maar. 
  • Controleer regelmatig of je band al hard genoeg staat. Te hard is namelijk ook niet goed